skip to main |
skip to sidebar
Stel je bent directeur en beleggingsstrateeg bij een bekende investmentbanker uit de City. Je schrijft een boek met als titel: Behavioural Finance: Insights into Irrational Minds and Markets. Nog niets bijzonders aan de hand. Totdat je in de Financial Times laat weten dat geluk niet afhangt van het najagen van materialistische doelen, maar dat het afhangt van investeren (?) in ervaringen zoals een wereldreis.Gezien de bankrekeningen van de klanten van Dresdner Kleinwort Wasserstein, de bank die de schrijver in dienst heeft, moet de cruise business zich in hun handen wrijven. Of de bazen van James Montier, de man van de zakenbank die deze uitspraken doet, ook blij moeten zijn is wel een spannende vraag.Nu wisten we al lang dat geld niet gelukkig maakt. En hoewel dat door sommigen geïnterpreteerd wordt als je kan beter rijk dan arm ongelukkig zijn, lijkt er nu toch een nieuwe dimensie aan geld en geluk te zitten. Je hebt eigenlijk niet meer nodig dan € 22.000,- per jaar, sterker nog meer maakt rond uit ongelukkig. Tenzij je het geld snel weer uitgeeft aan mooie ervaringen. Aldus meneer Montier.

Het is wel interessant wat hier gebeurt. Want het zou de symbolische start kunnen zijn voor de financiële dienstverlening van wat Amerikanen een ‘paradigm shift’ noemen. Banken zijn de olie in vraag en aanbod van geld met verschillende risico profielen en voor verschillende termijnen. Deze functie vertaalt zich naar proposities voor klanten, zoals ‘bij ons is uw geld in goede handen’ en ‘wij zorgen voor een prima spaar- of beleggingsresultaat’.
Met de woorden van de heer Montier zou die proposistie wel eens kunnen worden: ‘geef ons uw geld en wij financieren uw life-time experiences’. Dat zou de werkelijke omslag in het denken kunnen zijn, want geld maakt niet gelukkig, een bijzondere ervaring wel.
Het memorabele van de woorden van mister ‘Geld maakt niet gelukkig’ is dat het nu heel expliciet wordt. Maar de omslag al een tijdje bezig, ook in Nederland. Bij Robeco heet het nog beleggen voor een doel, maar bij Zwitserleven is het al tijden het Zwitserlevengevoel waarvoor mensen hun pensioenverzekering bij deze onderneming afsluiten. Maar het zal waarschijnlijk nog veel James Montiers vragen voordat we zakenbanken hun image van graaien en dure deftigheid zien afschudden en zich profileren als de financiers van geluk.
Hein Duijnstee
Een grote kijkdoos met 61 miljoen foto’s. Met drie kliks de hele wereld over. Mooie foto’s, kiekjes, een veelheid aan onderwerpen, van doorkijkjes in de jongerencultuur van Brazilië tot een serie foto’s van echte getallen, beginnend bij een en nu ergens bij 760.Als je de moeite neemt om tien minuten te klikken in www.fotolog.net zie je de echte mondialisering in een notendop. Natuurlijk kan je al heel poosje over de hele wereld surfen, maar ik spreek geen Japans of Portugees. En mijn kennis van de Franse straattaal is ook erg beperkt. Dus tekst heeft zo letterlijk zijn grenzen.Foto’s hebben die grenzen niet. Dat geeft, met een site die zich richt op foto’s van over de hele wereld, ongekende mogelijkheden. En als de site dan ook nog een user-interface heeft met google-achtige eenvoud, die je stimuleert verder te kijken dan je neus lang is, heb je werkelijk iets unieks.
Wat moet je nu met 61 miljoen foto’s? Wat zie je dan nog? Wat mij opvalt is dat veel van de series van foto’s snel herkenbaar zijn als van één en dezelfde maker. Een natuurlijk soort personal branding. En dat is heel interessant. Juist in die veelheid neemt de herkenbaarheid toe. Door de eigenheid van de fotograaf. Hij maakt zijn eigen foto’s vanuit zijn persoonlijk kunde, smaak of voorkeur voor een bepaald onderwerp. En die foto’s zet hij op zijn fotolog. En dat is vrijwel meteen herkenbaar.Zou daar een les in zitten voor organisaties die, in de overvloed van de westerse consumptiemaatschappij, betekenis willen hebben voor hun klanten?Ik denk van wel. Leve de fotograven van fotolog.net.Hein Duijnstee
De aandacht-executive, waarvoor ik pleitte in een van mijn vorige blogs, is er, zover ik weet, nog niet bij Unilever. Ik vond toen dat niet duidelijk was wat de betekenis van de nieuwe organisatiestructuur van Unilever was en zag de relevantie voor klant niet. Vandaar mijn advies om iemand aan te stellen die verantwoordelijk was voor aandacht en klantbehoud. Partick Cescau, de CEO van Unilever, laat nu wel wat meer weten waarom er in de organisatie gekozen is voor een aparte landen(regio)focus en een marketingfocus. De twee groepen moeten twee verschillende dingen doen. De ene club bouwt aan het merk en de producten en de andere groep gaat vechten. Vechten om de schapruimte in de supermarkten. Tegen P&G’s van deze wereld en tegen de huismerken.Als het aan Unilever ligt, wordt het weer knokken voor de landenmanagers en zij moeten zich vooral niet meer bemoeien met de kleur van de verpakking. De passie moet in de winkels liggen -‘ons dood vechten voor marktaandeel’- en niet bij de reclamecampagnes. De landenmanagers moeten de spullen gewoon verkopen. Andere mensen binnen Unilever denken na over het merk, aldus Cescau in het FD van 3 oktober.

Uit deze woorden is te verwachten dat de landenmanagers verantwoordelijk worden voor de omzet in alle productcategorieën in dat land, ongeacht of marketing nu zijn werk goed of minder goed doet.
Een duidelijk verhaal. Het wordt nu wel spannend om te zien hoe dat uitpakt voor de klant. Lagere prijzen, meer soorten pindakaas op het schap bij Albert Heijn? Ontkom je niet dadelijk echt niet meer aan Axe bij DA? Ik ga het merken.
En dan ben ik ook benieuwd wat er met het prachtige nieuwe hoofdkantoor van Unilever Nederland gaat gebeuren. Het is een gebouw dat echt bijna letterlijk zweeft en naar verluidt geen enkele binnenwand heeft. Eén groot marketing atelier volgens de huidige landendirecteur Nederland, met keukens en andere spannende gadgets.
Komen er dadelijk in plaats van keuken, mock-ups van AH-winkels of nagebouwde vergaderzaaltjes waarin de onderhandelingen met Super de Boer geoefend worden? Of gaat men verder en komt er een echte boxring om het vechten te oefenen?.
Het worden niet alleen buiten spannende tijden voor Unilever, maar ook binnen.
Hein Duijnstee